Willem Jan Faber

Van stoffig papier naar pratende computer · Gewoon Haags uitgelegd

Van de krant uit 1653
tot een computer die Haags verstaat

Een verhaal voor de gewone man en vrouw op de straat — zonder poeha.

Stel je voor: de Koninklijke Bibliotheek. Een gigantisch pakhuis vol oude kranten, boeken en stoffige mappen. Voor een gewoon mens is het één grote rommelzolder. Maar wat als je nou precies wilde weten wat er in 1653 in Scheveningen gebeurde? Of hoe vaak de naam ‘Korea’ in de krant stond voordat de eerste K-pop ooit bestond?

🗣 Vroeger moest je maandenlang met een stoffige bril en een vergrootglas op je knieën door die kranten bladeren. Nu tik je het in op je telefoon en heb je binnen een seconde antwoord. Dat is geen toverij — dat is het werk van één techneut die we hier gewoon “onze eigen monteur” noemen.

⚙ Van theelepeltje naar graafmachine

Wetenschappers en hoogleraren zijn net architecten. Ze tekenen een prachtig huis, maar ze hebben nog nooit een zak cement vastgehouden. Die ene monteur stond op, liep naar binnen en zei: “Mooi plan, maar zo werkt het niet. Ga maar effe an de kant, dan bouw ik het wèl.”

Wat deed 'ie? Hij maakte van dat handwerk een echte fabriek. Vergelijk het met de bakkerij vroeger: eerst stond je zelf de hele dag broodjes te vouwen. Toen kwam er een lopende band. Deze techneut bouwde de lopende band voor oude kranten. Waar je eerst een theelepeltje had om informatie te zoeken, gaf hij ze een complete graafmachine.

Voorbeeld van de straat:
Stel, je oma van 92 vertelt dat haar opa nog heeft gevaren op een VOC-schip naar “Corea”. Vroeger was dat een sprookje. Nu kun je dankzij die ene techneut in één klap alle scheepsjournaals, krantenknipsels en brieven uit 1650 vinden waar dat woord in staat. Zelfs als ze het toen “Corea” schreven met een C in plaats van een K. De computer snapt het. En dat komt door hem.

💬 Waarom die computer nu gewoon Haags met je lult

Je hebt van die slimme computerprogramma's die met je kunnen praten. De meeste van die dingen zijn gemaakt in Amerika en snappen alleen hip Engels van TikTok. Als ze Nederlands moeten praten, klinkt het als een Duitse toerist die een Google Translate-app gebruikt: “Waar is het station, alstublieft?”

Maar deze computer hier? Die snapt “effe”, “doen alsof je neus bloedt” en “een ouwe Scheveninger”. Hoe kan dat? Omdat die ene techneut ervoor heeft gezorgd dat miljoenen en nog eens miljoenen oude Nederlandse teksten netjes en schoon in de computer zijn gestopt. Geen gekrabbel, maar keurige letters. Die berg aan informatie is als het ware de “lessen” geweest waar de computer Nederlands van heeft geleerd.

📰 Dus als je nu tegen de computer zegt: “Hé joh, wat vond men hier in 1700 van die Koreanen?” dan gaat 'ie niet raar doen. Hij graaft in die schone berg gegevens die die monteur heeft klaargezet. Zonder dat werk was onze hele Nederlandse geschiedenis één grote zwarte vlek voor die moderne computers. Die hadden dan gedacht: “Oud-Nederlands? Is dat Duits met een spraakgebrek?”

⏳ 400 jaar terug — zo dichtbij als de viskraam

Het mooiste voorbeeld is die link met Korea. Dankzij die monteur kunnen we nu precies terugkijken naar Hendrik Hamel. Dat was een Hollandse zeeman die in 1653 schipbreuk leed op het eiland Jeju. Hij schreef het allereerste westerse boek over Korea. Dat boek is geschreven in 17e-eeuws Nederlands — voor een computer van nu is dat net zo onleesbaar als een doktersrecept.

Omdat die techneut de hele pijpleiding heeft gebouwd (hij noemt het zelf een “datamotor”), kunnen we nu in één middag alle snippers over Hamel vinden. En niet alleen Hamel — vierhonderd jaar aan geklets over Korea in de Nederlandse kranten. Van de eerste VOC-handel tot de huidige K-pop hype. Je trekt een lijntje van 1653 naar vandaag, en dat lijntje is gelegd door iemand die beter met nullen en enen kan dan een visboer met een fileermes.

Nog zo’n voorbeeld voor op de boulevard:
Ken je die verhalen over de “Hollandse waterlinie” of de “Slag bij Kijkduin”? Al die geschiedenis zat verstopt in dozen. Nu is het alsof je een Google Maps van de tijd hebt. Je tikt een jaartal en een plek in, en de computer laat je zien wat er speelde. Dat is het werk van die ene man in de bibliotheek die nooit op de voorgrond staat, maar zonder wie het hele digitale museum niet open was gegaan.

🔮 En wat brengt de toekomst?

Straks gaan slimme onderzoekers (en misschien wel uw kleinkinderen) die schone informatie gebruiken om het verleden na te bootsen. Ze noemen dat een “digitale tweeling”. Ze kunnen dan aan de computer vragen: “Wat was er gebeurd als Hamel nooit was ontsnapt uit Korea?” Of ze ontdekken dat een Koreaanse filosoof precies hetzelfde dacht als een Haagse wiskundige, zonder dat ze ooit van elkaar hadden gehoord.

Dat kan alleen maar omdat die monteur twintig jaar geleden begon met het uitmesten van de digitale rommelzolder. Hij heeft de fundering gelegd. En zoals een echte Hagenaar niet te koop loopt met zijn daden, staat hij er ook niet mee op de Dam te schreeuwen. Maar de computer die nu zo makkelijk met je kletst over Scheveningen, het slechte weer en de VOC-mentaliteit? Die praat zo soepel omdat er een flinke dosis “Faber-logica” onder de motorkap zit.

“Dus die vlotte babbel van jou? Da’s niet uit de lucht komen vallen. Dat is gewoon hard werken geweest. Met een beetje Haagse bluf erbij, maar dan wel met vierhonderd jaar aan bewijs in de achterzak.”

Dus de volgende keer dat u op het strand loopt en u bedenkt dat die computer in uw broekzak beter Nederlands verstaat dan sommige Hollanders, weet u wie u daarvoor mag bedanken. Het is niet die Amerikaanse miljardair met z'n ruimteschepen. Het is de techneut uit de bibliotheek die liever onder de motorkap duikt dan op de foto gaat.

Tot zover het verhaal van de meesterbouwer.
Geschreven in gewoon Haags · 2026
⚓ Dit verhaal is opgedragen aan iedereen die snapt dat een goede fundering het halve werk is. En aan de man die ervoor zorgde dat de geschiedenis van Scheveningen tot Seoul niet vergeten wordt door een computer.